Iedereen verlekkerde zich aan de plaatjes van die coole ROC gebouwen maar o jee wat ging t mis (Foto: Hans Schuurman).

Het ROC-debacle kent alleen maar verliezers
Laatste update: 22 september 2016 om 12:25

LEIDEN - De gemeenteraad debatteerde vorige week over de complete mislukking van het ROC Leiden waarbij zij zelf met onroerendgoedtransacties voor 17 miljoen 'in 't schip' gingen.

Liet de gemeente, B & W én gemeenteraad, zich meeslepen door ROC-bestuurders die zichzelf en niet het onderwijs het belangrijkst vonden en verlekkerden zij zich ook aan de plaatjes van coole gebouwen? Leerlingen lagen wakker, leraren werden ontslagen en de ROC-bestuurders verzekeren zich tegen financiële aansprakelijkheid. Leiden liep als 'kennisstad' averij op.

Het begon rond het jaar 2000 met één school voor mbo-onderwijs: kosten € 40 miljoen. En het debacle eindigde in 2015 bijna bankroet, met twee gebouwen, mbo- én vmbo onderwijs, verpleegtehuis, sportschool, hotel, supermarkt, parkeergarage: kosten € 220 miljoen. Om een faillissement af te wenden telde minister Bussemaker maar weer € 40 miljoen neer en gebood een fusie met het ID-College.


Omdat het ROC drama zich over een lange periode uitstrekt waren alle politieke partijen (mede) verantwoordelijk voor het beleid. Iedereen verantwoordelijk of niemand? Óf was het de schuld van de krediet-crisis? Burgemeester Lenferink: "Ik voel mij verantwoordelijk, ik ben er van het begin tot het einde bij geweest."


De gemeente kocht indertijd vier (oude) schoollocaties en rekende zich rijk als  projectontwikkelaar. Met de kredietcrisis rond 2008 stortte hun luchtkasteel in. "We hebben ervan geleerd", zeggen raadsleden dan altijd, maar deze grondtransacties kwamen niet hen maar alle Leidenaren op een verlies van € 17 miljoen te staan.


Knooppunt van ambities
Jeffrey van Haaster (D66) hield het boekje omhoog dat ter gelegenheid van de ROC opening werd uitgegeven. Titel: 'Knooppunt van ambities'. Onder het voorwoord staat de handtekening van Lenferink. Waarom was de burgemeester toen (nog) zo lovend over de ROC, was de precaire situatie nog niet bekend? Lenferink: "Ik krijg vaak verzoeken een voorwoordje te schrijven voor een gelegenheidspublicatie. Soms schrijf ik die zelf, soms laat ik die schrijven en in dit geval werd mij het voorwoord, met mijn naam eronder, 'kant en klaar' aan geleverd."


In het lijvige ROC-dossier bevinden zich ook een paar brieven gericht aan de Bank van de Nederlandse Gemeenten van Lenferink uit 2009. Afschriften van deze brieven zaten eerst niet bij de raadsstukken, maar werden nagestuurd. "Waarom werden uw brieven niet gelijktijdig met de andere stukken aan de raadsleden gestuurd", burgemeester? Lenferink: "Het spijt mij dat ik deze brieven achteraf stuurde." Uit zijn verdere antwoord blijkt dat hem het bestaan van de brieven was ontschoten tot dat hij er door een gemeenteraadslid opmerkzaam op gemaakt.


Lobbywerk
"Maar burgemeester", wilden de raadsleden ook nog weten: "Doet u geen onderzoek naar de (financiële) positie van een project waarvoor u bij een bank lobbyt?" Lenferink: "Dat is niet mijn rol." Uit zijn nader antwoord blijkt dat er in 2009 geen enkele commerciële bank te vinden was voor ROC financiering. Met zijn ROC-ondersteunende brief aan de Bank van de Nederlandse Gemeenten bracht Lenferink hen het 'maatschappelijk belang' van (school) financiering onder ogen.


"Is het echt niet uw taak u te verdiepen in de financiële positie van het ROC?" Lenferink: "Zo'n onderzoek doet een bank zelf." Maar het was deze opmerking die hem op milde kritiek kwam te staan van Yvonne van Delft (GroenLinks). Zij vond Lenferink's verklaring, geen zicht te hebben in de bedenkelijke financiële positie van het ROC, een beetje 'dun'. Het CDA stond alleen in hun voorstel het ROC-drama nog eens diepgaand te onderzoeken. Het debat afsluitend, verwoordde Van Haaster (D66) de algemene gevoelens van dank voor Lenferink's gedetailleerde en openhartige antwoorden.